logo_vvn_metdescr_gewoon

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Wie doet wat?

Om succesvol met het zorgleefplan (ZLP) te kunnen werken, moeten alle tandwielen in de organisatie goed in elkaar grijpen. De cliënt staat altijd centraal. De zorg en de dienstverlening staan volledig in het teken van de cliënt. De keuken is flexibel, de facilitaire dienst past de woonomgeving aan, directie en management stellen zich dienstverlenend op en scheppen voorwaarden voor ‘Verantwoorde zorg'. Iedereen werkt samen aan verandering.

Goed onderling contact

Kwaliteit van zorg komt tot stand door goed contact tussen zorgverlener en cliënt. Alleen door te weten wat belangrijk is voor de cliënten kunnen zorgverleners hen de zorg geven die zij nodig hebben. Daarom maken verzorgenden op basis van de eigen levensstijl van de cliënt afspraken over de zorgverlening.

Samenwerken met collega's van andere disciplines

Samen met hun directe collega's bieden zij zorg ‘volgens afspraak'. Ook collega's van andere disciplines, bijvoorbeeld activiteitenbegeleiders, worden bij die afspraken betrokken. Om het werken met een ZLP goed op te kunnen zetten, moeten alle betrokkenen zich deze nieuwe werkwijze eigen maken. Dat kost tijd, overleg en misschien ook bijscholing. Teamleiders coachen het leerproces en dragen zorg voor randvoorwaarden bij scholing.

De verschillende rollen van de zorgverlener

Zorgverleners nemen verschillende taken op zich. Deze taken zijn onder te verdelen in rollen die zij in de zorgverlening spelen. Er zijn vijf rollen te onderscheiden:

  1. Persoonlijk begeleider: Als persoonlijk begeleider stel je je op als vertrouwenspersoon van de cliënt. Je kent de vraag en zorgt ervoor dat anderen op de hoogte zijn van de wensen en behoeften van je cliënt.
  2. Belangenbehartiger: In je rol als belangenbehartiger ga je in overleg met anderen. Op die manier zorg je ervoor dat je cliënt de zorg en ondersteuning krijgt die hij of zij wenst.
  3. Bedenker van oplossingen: Samen met je cliënt en eventueel diens familie zoek je antwoorden op de vragen van je cliënt.
  4. Samenwerker: Je hebt anderen nodig en anderen hebben jou nodig. Daarom werk je samen met directe collega's en andere disciplines om de wensen van je cliënt te realiseren. Je stemt met elkaar af en inspireert elkaar.
  5. Beroepsbeoefenaar: Je werkt aan je eigen motivatie en je neemt verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van je vakbekwaamheid.


Helpenden, Verzorgenden 3 en EVV-ers kunnen bovenstaande rollen op zich nemen. Zij hebben niet dezelfde verantwoordelijkheden. Daarover maken zij afspraken. Het moet duidelijk zijn wie beslissingen mag nemen wanneer de zorgvraag van de cliënt verandert of wanneer zich dringende situaties voordoen.

Meer informatie:

icon Download 'Vaardig in vraaggerichte zorg'
In dit werkboek, van Sting en Artemea, vind je een beschrijving van het competentieprofiel voor vraaggericht verzorgen. Naast een toelichting zijn er veel voorbeelden uit de praktijk. Met je team kun je actief aan de slag met de acht oefeningen die in het boek zijn opgenomen.



Let op: opent in een nieuw venster | Afdrukken | E-mailadres

  • Stel je vraag
  • Stel je vraag